Hoge verwachtingen

Spread the love

Onze rondvaartboot ronkte gemoedelijk en tevreden uit de haven van Zierikzee richting de Oosterschelde. We zaten op het bovendek waar de zon ons volop verwarmde. Langzaam voeren we richting de Zeelandbrug. Mijn ontzag voor het gigantische bouwwerk nam al snel toe. Door de weerkaatsing van de strakblauwe lucht op het water staken de massief witte pijlers van de brug prachtig af. In mijn hoofd werd het idee geboren om erover heen te fietsen.

De droom

In mijn droom was ik de nacht voor mijn ‘fietsplan’ met een heroïsch uitziende cape en knalrode fiets de brug al over ‘gevlogen’. Aan de overkant stonden mijn man en kinderen klaar om mij te onthalen. Nog voor mijn billen het zadel raakten was deze dag, in mijn hoofd, al perfect.

De realiteit

Na een stevig ontbijt vertrok ik op mijn chocolade bruine fiets, zonder wapperende cape, richting de brug om mijn droom waar te maken. Hoe dichterbij ik kwam hoe drukker het werd. Ik werd voorbijgesneld door vrachtwagens, auto’s en wielrenners. Zo’n 200 meter voor de brug ging niet alleen het fietspad omhoog, maar ook mijn hartslag. Ik werd licht in mijn hoofd en mijn handen begonnen te glibberen over het stuur. Mijn mond voelde droog en mijn maag kwam in opstand.

Mijn innerlijke criticus

Ik voelde mij terwijl ik dichter bij de brug kwam, steeds kleiner worden. In mijn hoofd ontstond een discussie en die ging als volgt:

“Kijk dat stel bejaarden daar, ze fietsen notabene naast elkaar, zij kunnen het ook!”

“Ja, maar dat zijn vast mensen die dit hun hele leven al dagelijks doen!”

“Je kan je blik toch richten op de dikke toren van Zierikzee en niet naast je kijken?”

“Juist als ik iets niet mag dan doe ik het wel.”

“Waar is je doorzettingsvermogen?”

Alles valt mij tegen; de harde wind, het smalle fietspad, het lawaai en de hoogte. De brug is echt f*ckin’ hoog!”

“Je staat hier heel onhandig in de berm, wees in Godsnaam duidelijk over wat je wilt.”

“Oké, oké ik ga al.”

De grens

Ik stopte ‘het gesprek’ met mijn innerlijke criticus en liet hem achter op het fietspad richting de brug. Ik draaide om en fietste weg. Ik sloeg linksaf richting de Oost Zeedijk. Ik liet mijn fiets onderaan de dijk en klom met knikkende knieën omhoog. De brug was tot mijn grote opluchting niet veranderd in een monster dat mij minachtend uitlachte. De brug leek in de verste verte niet beledigd door mijn besluit. Ik bedacht dat hij het juist waardeerde dat ik hem niet had getrakteerd op een half verteerd ontbijt.

Mijn ikken tegenkomen

Ik kwam meerdere delen van mijzelf tegen tijdens mijn poging om angst voor hoogte te overwinnen. Aanwezig waren; de dromer, de realist, de kleine bange ik, de criticus en de wijze ik. Al deze ‘ik delen’ waren mee gegaan tot aan de brug, en wilden als een klasje ongeduldige kinderen allemaal gezien en gehoord worden.

Cowboys en indianen

Mijn avontuur had veel meer spektakel gehad als ik wel was doorgefietst. Het zou ongetwijfeld gênant, maar steengoed verhaal voor op verjaardagen zijn geworden. Want stel je voor dat ik tot halverwege de brug was gekomen en daar was afgestapt? Misschien had ik wel lopen overgeven en had ik een enorme verkeersinfarct veroorzaakt. Hoe zou ik überhaupt weer terug zijn gekomen op het vaste land?

En dan was daar ook nog het (tegen beter weten in) idee dat als ik was doorgefietst heel misschien mijn angst zou zijn gezakt. Ik zou dan bevrijd van angst en ‘met twee vingers in mijn neus’ Zierikzee bereikt hebben. (Toch?)

Het moraal verpakt als cadeau

Diezelfde avond keken we uit op een waanzinnig schouwspel van licht en kleur zoals alleen moeder natuur dit kan. Door de ondergaande zon kleurde de lucht van roze naar oranje en rood. In de verte zagen we vanaf de dijk de Zeelandbrug oplichten. Het grijsblauwe water, met daarop een zeilboot afstekend tegen de horizon, zou niet misstaan op de voorkant van een Lucinda Riley roman. Af en toe zagen wij een rugvin van een bruinvis boven het gladde wateroppervlak komen. Niets van wat ik zag was maakbaar of van te voren gepland. Ik kwam tot inzicht. Ik realiseerde mij dat je een ervaring pas een avontuur kan noemen als je iets beleefd zonder de uitkomst te weten. Het hoeft niet groots te zijn, een enkel plan van een enkel individu kan soms al behoorlijk wegen.

Als iets niet gaat zoals je graag wilt of had verwacht dan is het goed om even afstand te nemen. Hierdoor kan je bewust voelen wat zich allemaal in je roert en wat aandacht nodig heeft. Als je dit doet dan haal je de negatieve lading weg. Dan kom je weer in balans en ontstaat er ruimte om te relativeren en misschien wel te lachen om de plannen die je had.

Volgens mij werkt het in ieder mensenleven zo, dat het leven zich ontvouwt. Wij mensen leren (uiteindelijk) door onze ervaringen inzien dat alles op deze manier gaat.

Ben jij avontuurlijk ingesteld?

Liefs,

Chandrika.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *